‘Mensen die goed zijn, worden gedreven door intrinsieke motivatie’

Interview met Jaap de Keijzer, jurylid DILA 2018/19

Vakmanschap is het thema van de DILA 2018/19. Wat versta jij daaronder? 

Jaap de Keijzer

‘Van “outside in” kun je voor vakmanschap kijken naar drie doelgroepen. Ten eerste zijn er de “peers”, de vakgenoten. Dat is de meest kritische groep. Zij kunnen het beste beoordelen of iemand goed is. Dat wil zeggen of diegene met kop en schouders boven collega’s uitsteekt qua vakkennis en vakmanschap. Dan is het vervolgens de vraag of de persoon in kwestie aanzien heeft in de wetenschappelijke wereld, de tweede groep. Cliënten vormen de derde groep. Zij kijken heel anders tegen vakmanschap aan. Met advocaten is het net zo als met artsen. Als patiënt reken je er op dat de arts zijn vak beheerst, als cliënt reken je er ook op dat de advocaat zijn vak verstaat. Maar kunnen cliënten dat wel echt goed beoordelen? Zoals in elk vak zijn er mindere en betere vakgenoten. Hoe weet je als cliënt dat je bij de juiste advocaat terecht bent gekomen? Verstandige cliënten maken vaak een rondje en vragen her en der bij vrienden of bekenden of andere vakgenoten “wie ze moeten hebben”, en komen dan meestal goed terecht. Cliënten kunnen dus zelf niet altijd even goed de advocaat vakinhoudelijk beoordelen, maar kijken meer naar de wijze van optreden, hoe valt de advocaat bij wederpartijen, bij de rechter, en letten op de andere vaardigheden die je hebt.

Als ik zelf iemand een goed vakman of goede vakvrouw vind,  dan is dat eigenlijk altijd iemand die standing heeft zowel bij zijn peers, in de wetenschappelijke wereld, en bij cliënten.’

‘En dan inhoudelijk: hoe toets je vakmanschap? Het gaat daarbij mijns inziens om twee dingen. Ten eerste, of je vakinhoudelijk goed bent. Beheers je de materie? Streef je naar continue verbetering? Ben je blijvend nieuwsgierig en wil je (bij)leren? En ten tweede, of je daarnaast actief bent aan de actuele kant. Schrijf je? Meng je je in het publieke debat? Doe je zaken of heb je recent zaken gedaan die er toe doen. Kortom: of je vol in de ontwikkelingen binnen je vakgebied staat, een gebalanceerd oordeel hebt èn of je mening gewicht in de schaal legt. Van der Grinten en Van Schilfgaarde bijvoorbeeld, dat waren goeroes. Als zij stelden dat je links af moest dan telde dat zwaar, en menigeen volgde. Ik weet niet of je dat soort mensen nu nog hebt. Maar op allerlei deelterreinen zal het zeker zo zijn dat mensen, als je het ze vraagt, eigenlijk allemaal op hetzelfde lijstje met namen uitkomen. Tenslotte moet het je ook gegund worden. Dat laatste ligt dan weer aan de manier waarop je je inhoudelijke kennis en vaardigheden in de praktijk inzet.’

Echte vakmannen en -vrouwen zijn degenen die het verschil maken in hun vakgebied.

Hoe is jouw ervaring met onafhankelijke juristen?

‘Na vele jaren in de advocatuur maar ook aan de ‘andere kant’, is mijn ervaring met zelfstandig juristen wisselend van beneden de maat tot uitstekend. Ben je opgegroeid binnen een kantoor, dan heb je gezien hoeveel je van elkaar kunt leren en hoezeer je je aan elkaar kunt scherpen. Als je in je eentje opereert, moet je die interactie bewust opzoeken. Ik verwacht van mensen in de top van hun vakgebied dat zij dat doen, omdat ze weten dat dat nodig is om vooraan in hun vakgebied mee te blijven lopen.’

Waar ga je extra op letten als jurylid?

‘Bescheidenheid. Goede mensen zijn bescheiden. Zij hebben het niet nodig om luidruchtig te zijn, op het podium te staan of gewichtig te doen. Zij weten dat ze inhoudelijk goed zijn, maar zijn niet met hun vak bezig omdat ze streven naar bekendheid of een hoog inkomen. Ze doen het omdat ze oprecht goed in hun vak willen zijn, zich continu willen verbeteren, nieuwsgierig zijn. Ik geloof in die intrinsieke motivatie en vind het prachtig als je af en toe zo’n parel in het vak tegenkomt.’

 

Jaap de Keijzer was tot voor kort General Counsel bij Nouryon (voorheen chemiepoot AkzoNobel) en is voormalig partner bij De Brauw Blackstone Westbroek